Morotijd!

IMG_2731Gisteren na het eten sneed ik een geschilde bloedsinaasappel in plakken. Intussen stond op het fornuis in een steelpan een takje gekneusde rozemarijn te trekken in warme honing. De plakken drapeerde ik op dessertbordjes met de honing eroverheen, zonder het takje. Tenslotte strooide ik er nog wat rozemarijnnaaldjes en chilipeper over. Ik zou willen dat ik kon schrijven als Kathy Mathys, om te vertellen hoe dit smaakte. Mathys heeft een prachtig, meeslepend, inspirerend en indrukwekkend boek geschreven over voedsel: Smaak. Het is mooiste boek over eten dat ik dit jaar las, misschien wel ooit las. En dat zeg ik terwijl ik het (gelukkig!) nog niet eens helemaal uit heb. Ik lees het als was het een fijnproeversmaaltijd waar ik zo lang en intens mogelijk van wil genieten, zonder verzadigd te raken. Ja dat lukt Mathys! Het is ook dankzij haar dat ik dit gerecht maakte. Ze verwijst ervoor naar Mijn favoriete ingrediënten van Skye Gyngell, een van mijn favoriete kookboeken trouwens (nog steeds in de ramsj te krijgen). Een gerecht van ‘enorme eenvoud’, noemt Skye het, en dat is een treffende omschrijving.

Hoewel Kathy Mathys helaas maar één, niet eens zo heel informatief alineaatje aan de bloedsinaasappel wijdt, was ze daarmee toch in staat om me terug te voeren naar Sicilië, waar ik jaren geleden bloedsinaasappel met flinterdun gesneden venkel en olijfolie at als salade, naar mijn kookboekenkast om het boek van Skye Gyngell eruit te plukken en uiteindelijk naar mijn Turk om bloedsinaasappels te kopen. De Turkse of Marokkaanse buurtsuper is ook de enige plek waar je ze kunt krijgen. Bloedsinaasappelen worden alleen in Europese mediterrane streken geteeld en in de winter geoogst, vanaf november zo ongeveer en ze zijn tot in het late voorjaar te krijgen. Gedurende die tijd worden ze steeds zoeter. Er bestaan verschillende rassen, maar mijn buurtsupers verkopen meestal het type Moro: de schil heeft hier een daar een rood waas (soms nauwelijks zichtbaar) en het vruchtvlees heeft rode vlekken. Mijn Turkse winkelier snijdt altijd een exemplaar open om te laten zien dat het geen gewone sinaasappels zijn. Dat dat ook geldt voor de smaak merk je vooral als je hem puur eet. (Hij is heel makkelijk te pellen). Eet hem maar eens zoals je wijn zou proeven. Langzaam en met aandacht. Je schrikt misschien even van het zuur, daarna proef je opeens veel meer, iets kruidigs, vind ik het zelf, maar ook zoete tonen; frambozen, hoor je vaak. De nasmaak is bitterzoet en blijft heel lang hangen. Kortom, strak, maar ook complex en met een verrassende finale, zou de wijnproever zeggen.

Die kleine pitjes op de foto komen trouwens uit de chilipeper. De volgende keer haal ik ze eruit. Sommige happen waren iets te scherp.

Lees meer over Smaak